NATUURLEXICON


- Dossier -

Natuurvriendelijke huis- en tuintips

Home


Aaltjes

Schadelijke aaltjes leven van gewassen, zuigen sappen uit wortels, stengels en bladeren en verzwakken de plant.  


Aardappelschurft

Aardappelschurft manifesteert zich als kleine, ruwe plekjes op aardappelen.


Aardappelziekte

De aardappelziekte is een schimmelaantasting (Phytophtora sp.) die vooral optreedt bij vochtig weer in juli en augustus. Er verschijnen dan grauwbruine vlekken op de bladeren en ook de aardappels zelf worden aangetast. De oorzaak hiervan is dat er kort na elkaar op hetzelfde veld aardappelen werden geteeld.


Aardbeienrot

Aardbeienrot is het rot worden van de aardbeien nog voor ze helemaal plukrijp zijn.

 

Aardvlooien

De Aardvlo is geen vlo maar een kever. De kever en de larven van plantaardig voedsel. Vooral bij droog weer, als de grond hard en korsterig wordt, kan er wel eens een plaag optreden.


Bladluizen

Bladluizen binnenshuis zijn meestal verdwaalde dieren die van buiten komen. In het vroege voorjaar komen bladluizen uit eitjes die de winter overleefd hebben. De eerste bladluizen zijn vrouwtjes, die zich gedurende generaties voortplanten, zonder dat er een mannetje aan te pas komt. In de herfst worden er ook mannetjes geboren. De eitjes worden door hen bevrucht. Alleen bevruchte eitjes kunnen een hele winter overleven.

Bladluizen kweken bij overbevolking nakomelingen met vleugels, die dan wegvliegen en minder dichtbevolkte gebieden opzoeken. Bladluizen zuigen sappen uit de planten en laten een zoete afscheiding achter op de plant. Deze afscheiding verstopt de ademopeningen en er vestigen zich vaak schimmels op de afscheiding. Ze kiezen voor verzwakte planten of planten die veel stikstofbemesting heeft gehad (kunstmest). Bladluizen zoeken het groeipunt van een plant op, zoals de toppen van jonge stengels. Door een aantasting met bladluizen worden de bladeren geel, groeien de planten minder goed, drogen ze uit of sterven. De honingdauw die wordt afgescheiden door bladluizen is voor mieren, wespen en bijen een lekkernij.

Chemische bestrijdingsmiddelen zijn giftig voor zoogdieren en andere dieren zoals bijen.


Bloedluizen

Bloedluizen (wolluizen) zijn nauw verwant aan bladluizen. Ze leven in met witte wasdraden bedekte kolonies, bij voorkeur op appelbomen. De witte waslaag dient als bescherming.


Bonenkevers


Coloradokevers

Deze kevers kunnen schade veroorzaken op aardappelen.


Emelten

Emelten zijn geelachtig-grijze pootloze larven van de Langpootmug, die haar eitjes bij voorkeur in gras- of cultuurland afzet. Uit de eitjes ontwikkelen zich de emelten, die uitsluitend leven van wortels.

Ze komen alleen ’s nachts naar buiten. De groei duurt 1 jaar.


Engerlingen

Engerlingen zijn ondergronds levende, witte, dikke larven van de Meikever of andere bladsprietkevers. Engerlingen hebben poten. Deze larven leven 3 à 4 jaar onder de grond en voeden zich met plantenwortels (grassen, kleine planten en soms bomen), vooral in gescheurde graslanden.


Fruitvliegjes

Van de fruitvliegjes, ook bananenvliegjes genoemd, bestaan er ongeveer 25 verschillende soorten. Ze worden vooral aangetrokken door rottend fruit (voedselbron). De gistcellen die ontstaan bij de rotting vormen dan het voedsel. Elk vrouwtje kan meer dan 100 eitjes per dag leggen. De vliegjes gedijen goed bij warmte. De natuurlijke vijanden van deze vliegjes zijn sluipwespen, die ook wel in kwekerijen worden ingezet. De fruitvliegjes helpen in de natuur als de opruimers van organisch materiaal.

Deze vliegjes komen niet altijd binnen via het aangekochte fruit. Ze komen meestal gewoon van buiten en zijn afgegaan op de geur van fruit, groenten of alcohol.


Honden

Soms lopen honden uit de buurt ongewenst de tuin binnen. Als de honden vaak komen om in uw tuin hun “geurvlag” uit te zetten, kan dit minder leuk zijn. Coniferen bijvoorbeeld zijn hier gevoelig voor


Houtkevers

Houtkevers (“Houtwormen”) veroorzaken kleine hoopjes boormeel onder de gaatjes in de meubelen, waaruit de inmiddels volwassen kevers gekropen zijn. Die leggen hun eitjes dan weer in fijne spleten van bij voorkeur onbehandeld hout en van daaruit vreet de larve zich naar binnen.


Huisstofmijten

Huisstofmijten zijn spinachtigen van 0,3 mm groot. Deze diertjes kunnen eczeem en cara veroorzaken. De diertjes houden van een vochtige en warme omgeving. Ze voelen zich best in vochtige tapijten, op beschimmelde muren, in kussens, matrassen en pluchen knuffeldiertjes. Ze houden van een luchtvochtigheid van 75 tot 80 % en een temperatuur van 25¨°C.

De mijten voeden zich met menselijke huidschilfers, pollen, bacteriën, schimmels en dierenharen.

In de winter zijn de aantallen het laagst, op het einde van de zomer en in de herfst het hoogst.

Een allergie aan Huisstofmijten wordt meestal niet veroorzaakt door de mijten zelf, maar door een stof (allergeen) in de uitwerpselen. De stof wordt ingeademd en leidt tot hoest, astma, eczeem, niezen, tranende ogen.


Insecten (algemeen)


Kakkerlakken

Kakkerlakken komen vaak voor in flats, in de buurt van stookplaatsen, langs de verwarminsgbuizen. Hun voedsel bestaat onder meer uit graanproducten en peulvruchten.


Katten

Katten zijn populaire en geliefde huisdieren voor miljoenen mensen. Wanneer ze echter in de omgeving op wandel gaan, wordt dit niet altijd op prijs gesteld door sommige buurtbewoners.

Om katten uit bloembakken en zaaibedden te houden kan men deze proberen af te weren met volgende middeltjes:


Konijnen

Konijnen consumeren in de ene streek andere gewassen dan in een andere streek. Vooral bollen zijn gegeerd bij Konijnen. Ook Heide-soorten, Iberis, Maagdenpalm, Vlambloem en Zilverspar worden graag gegeten.


Koolvliegen


Kwallen


Luizen

Hiermee bedoelen we vooral de hoofdluizen. Luizen houden zich aan hun oorspronkelijke voedingsbodem, dus de eitjes worden gedeponeerd op ofwel de mens, ofwel de hond ofwel de kat. Hoofdluizen zijn ondertussen immuun geworden tegen de chemische bestrijdingsmiddelen die na de Tweede Wereldoorlog in zwang kwamen.


Meeldauw

Zie bij Schimmels.


Mieren

Mieren verwijderen allerlei afval en insecten.

Mieren die in huizen worden aangetroffen zijn werksters. Het zijn vooral Wegmieren. De werksters bouwen nesten, onderhouden het nest, jagen op prooien, voeden de larven, melken bladluizen en verdedigen het nest. De werksters zelf planten zich niet voort. Na de paring met gevleugelde mannetjes (bruidsvlucht) bijt de koningin de vleugels af. De gevleugelde mannetjes sterven na de paring. De koningin graaft een kuiltje in de grond en legt een 10-tal eitjes. De larven worden goed verzorgd door de koningin. De volwassen werksters nemen al het werk in het nest over. De koningin legt nog enkele keren eitjes, die door de werksters worden verzorgd. De koningin blijft in het nest. De werksters gaan op zoek naar eten voor de hongerige larven. Deze werksters zijn eigenlijk echte insectenjagers. Vernietig zo weinig mogelijk mieren, want in het geheel van de natuur zijn mieren te belangrijk om ze zomaar op te ruimen. De werksters zetten een geurspoor uit dat er kan toe leiden dat er een mierenstraatje de woning binnen komt.

Faraomiertjes zijn geelbruine, heel kleine miertjes die vrijwel alles eten, maar bij voorkeur vlees en zoetigheden. Deze miertjes houden van warme temperaturen en komen dan ook vooral binnen woningen, ziekenhuizen, e.d. voor. Ze stichten in de gebouwen zelf een kolonie.  Ze zullen zich bij voorkeur achter de centrale verwarming en bij warmwaterleidingen ophouden.


Mollen

Mollen behoren tot de meest nuttige dieren. Het zijn insecteneters die ritnaalden en emelten opruimen en andere kleine diertjes die in of vlak bij de grond leven.

In zaaibedden of in bedden met kleine, tere gewassen, kunnen mollengangen wel enige schade aanrichten. In gazons of borders doen mollen geen kwaad. Als we de verhogingen gewoon weer dichttrappen is binnen enkele weken niets meer te merken van de ondergrondse bezigheden van de Mol. Een molshoop komt enkel naar boven wanneer de mol zijn gangenstelsel verder uitgraaft of er een gang hersteld moet worden. Mollen hebben een oppervlakte van ongeveer 1000 vierkante meter nodig en dulden geen anderen in hun leefgebied. De kans is dus groot dat er slechts 1 mol in de tuin zit. Gebruik van vergif zoals strychnine, fosforwaterstof of zwavelrookpatronen zijn zeer giftig voor andere dieren. Onrechtstreeks worden de natuurlijke vijanden van mollen vergiftigd.


Mos

Mossen (meestal kortweg “mos” genoemd) zijn bijzondere plantjes, maar zijn in tuinen vaak niet zo gewenst zodat er soms wordt overgegaan tot de aanschaf van de schadelijke chemische bestrijdingsmiddelen om ze te vernietigen. We raden aan om deze plantjes alleen te verwijderen op die plaatsen waar ze echt ongewenst of hinderlijk zijn.


Motten

De enige “motten” die enige schade kunnen veroorzaken zijn de Kleermotten. De vrouwtjes vliegen vrijwel nooit. De mannetjes zijn dubbel zo talrijk als de vrouwtjes. De vrouwtjes leggen zeer kleine eitjes. De rupsjes leven in een kokertje gemaakt van het materiaal waarop ze zitten. Ze voeden zich met textiel. Proteïne-houdende vezels zoals wol, leer, bont en veren zijn hierbij het aantrekkelijkst. (katoen en linnen lopen weinig gevaar). Men ziet de schade pas als de rupsjes zich al verpopt hebben of uitgevlogen zijn. Textiel op donkere plaatsen is een ideale huisvestingsplaats voor de rupsjes van dit grijsachtige vlindertje.

De werking van geurmiddelen als afweer tegen motten berust op het feit dat de bevruchte vrouwtjes de voedingsbron niet meer ruiken en er dus ook geen eitjes op afzetten. De sterke geur moet dus wel voldoende aanwezig zijn in het te beschermen textiel.


Muggen

Er zijn veel muggen die helemaal niet steken. Zelfs bij de muggensoorten die wel steken zijn het alleen de vrouwtjes die steken. Mannetjes leven van plantensappen; Vrouwtjes hebben warm bloed van zoogdieren nodig voor het voortbrengen van hun eieren. Ze zetten de eitjes af bij stilstaand water, omdat de muggenlarven zich in water ontwikkelen. Overlast van steekmuggen blijkt in het stedelijk gebied vooral veroorzaakt te worden door muggen die zich ontwikkelen in water dat zich bevindt in emmers, gieters en regentonnen.

Muggenlarven vormen een belangrijke schakel in de voedselketen. Vissen en kikkers voeden zich ermee. Als muggen een gifaanval met chemische bestrijdingsmiddelen overleven, zijn de eitjes met het gif besmet, en dus op hun beurt weer schadelijk voor vissen en andere dieren ze opeten.


Muizen

In onze huizen zal het vooral de Huismuis zijn die voor wat overlast kan zorgen. Spitsmuizen leven buiten; het zijn insecteneters en ze richten geenszins schade aan. Soms komen Veldmuizen vooral in koude periodes huizen binnen op zoek naar voedsel, maar die zijn snel weer buiten te jagen. Met “muizen” bedoelen we hier dan ook de Huismuizen. De Huismuis kan 4 keer per jaar 4 tot 6 jongen krijgen, die op 3 maanden geslachtsrijp zijn. Huismuizen eten vrijwel alles wat ze tegenkomen: papier, oude schoenen, textiel, graan- en peulvruchten, kaas en vleeswaren. Men merkt de aanwezigheid veelal op aan de schade zoals afgeknabbelde boeken of aan de uitwerpselen. Soms knabbelen ze aan elektriciteitssnoeren.


Mussen

Mussen zijn graag gezien vogeltjes in onze tuinen. Maar soms wil men ze wel weg houden van een pas gezaaid gazon of van doperwten.

We merken op dat de Huismussenstand over het algemeen achteruit gaat. Een beetje hulp kunnen ze dus goed gebruiken. Neem dus enkel deze maatregelen als het echt niet anders kan of als je neigt om te grijpen naar natuuronvriendelijke middelen.

Mussen hebben in het voorjaar wilde planten nodig, bij voorkeur deze met bessen, nodig voor hun voedsel. Door het verdwijnen van deze wilde planten in de wilde natuur zullen ze deze in tuinen opzoeken.


Onkruid

Onkruid in borders is geen probleem als de border goed dichtgroeit. Enkele planten tussen de voegen van tuinpaden geeft de tuin alvast een natuurlijker karakter. Ook een gazon met Madeliefjes of Ereprijs oogt veel natuurlijker dan een steriel gazon. Wat is trouwens onkruid ?

Tegen ongewenste planten op terrassen, tegels en bestrating kan men volgende natuurvriendelijke maatregelen treffen:


Oorwormen

Oorwormen zijn echte vuilopruimers. Ze leven van halfvergane organische resten en insecten. Ze kunnen schade aanrichten aan bijvoorbeeld de bloemknoppen van Dahlia’s of aan zacht fruit. Vangen is enkel zinvol als de Oorwormen werkelijk een bedreiging vormen, en dat is heel zelden het geval.


Ovenvisjes

Ovenvisjes zijn algemeen voorkomende vleugelloze lichtschuwe insecten. Ze worden snel met Zilvervisjes verward, maar kunnen in ons klimaat uitsluitend overleven in warme omgevingen zoals in bakkerijen en dergelijke.


Paardenvliegen


Papiervisjes

Papiervisjes zijn nauw verwant aan de Zilvervisjes en lijken er sterk op, maar ze leven in een relatief droge, vrij warme omgeving. Ze voeden zich onder meer met behang, boeken, affiches en synthetische producten zoals kleding, wandbekleding, e.d.

Aan boeken en kledij kunnen ze wel grote schade aanrichten.


Pissenbedden

Pissenbedden leven van vergane plantaardige resten. Ze eten soms levende planten en bij schaarste ook aas. In grote aantallen kunnen ze wat schade toebrengen aan jonge zaailingen, bloemen, fruit en groenten. Vooral Komkommer, Tomaat, Aardbei en boontjes vinden ze heerlijk. Ze komen vooral voor op vochtige, donkere plaatsen, zoals in kelders, op klamme plaatsen, onder bloempotten, losse tegels en onder vochtig hout. Ze kunnen niet zonder vocht. Hun aanwezigheid is interessant, want ze kan u attent maken op een vochtprobleem.

Het zijn onschadelijke diertjes die behoren tot de kreeftachtigen . Ze dienen zelf als voedsel voor vogels, muizen en andere kleine dieren. Het zijn koudbloedige diertjes. Ze kunnen in koude perioden (beneden de 14 °C) niet zonder bijkomende verwarming. Ze zijn vooral ’s nachts actief.


Preimotten

De Preimot is een klein vlindertje (7 mm groot) dat vooral in de schemering actief wordt. De vrouwtjes leggen eitjes op prei-planten. De rupsen vreten gangen in het blad en de stengels.

Afrikaantjes houden door de geur die ze verspreiden de Preimotten op een afstand. Als men de blaadjes ervan ’s avonds kneust, wordt de geur nog versterkt.


Preivliegen

De Preivlieg is een klein roestkleurig vliegje van amper 3 mm groot. Het vrouwtje legt eitjes bij prei. De witte maden vreten zich naar het binnenste van de Prei en richten er dus schade aan.


Ratten

Sinds mensenheugenis wordt er op ratten gejaagd en worden de meest verfijnde middelen bedacht om hen te doden met als gevolg dat alleen de intelligentste en sterkste exemplaren zich kunnen blijven handhaven en voortplanten. Hebben we een rat in de tuin, dan proberen we gewoon om deze rat en haar ongetwijfeld talrijke familieleden op de vlucht te jagen.


Regenwormen

Darwin ontdekte al dat een populatie Regenwormen van een gezond stuk grond van 1 ha, per jaar maar liefst 20.000 kg droge aarde door hun lichaampjes laten gaan. Ze zijn nuttig, ze houden de grond los en luchtig. De aanwezigheid van veel Regenwormen is een zegen voor de planten, want dankzij Regenwormen maken ze een beter wortelstelsel aan.  

Ze leven van planten, maar richten geen schade aan, behalve op zaaibedden, waar ze wel de kiemplantjes kunnen verorberen.

Chemische bestrijdingsmiddelen en meststoffen zijn schadelijk voor Regenwormen, dus het gebruik van deze middelen is ook hier volledig uit den boze.


Ritnaalden

Ritnaalden zijn geelbruine, veelkleurige larven van kniptorren. Ze eten vergane plantendelen, ook wortels en de onderkant van stengels van allerlei planten. Het vrouwtje legt eitjes in grasland en vochtige grond. Ritnaalden leven een 5-tal jaar ondergronds. Ze komen het meest voor op pas gescheurde graslanden en op plaatsen waar de Mol werd verdreven.


Roest

Roest wordt veroorzaakt door roesten; dit zijn roestkleurige schimmelsoorten (zwammen).


Rupsen

Rupsen moeten zich binnen de kortste keren groot en dik eten. Koolwitjes zetten eitjes af op de achterkant van koolbladeren en kunnen dus in moestuinen als schadelijk worden aanzien. Als men ze wenst af te weren kan men gebruik maken van volgende middeltjes:


Schildluizen

De vrouwtjes bij de schildluizen (dopluizen) zien er uit als grijze stipjes op de achterkant van de bladeren; de mannetjes zien eruit als kleine mugjes. Schildluizen komen vooral op kamerplanten voor. De eitjes bevinden zich onder het schild van het vrouwtje.


Schimmels

Schimmels bestaan er in allerlei vormen. Een aantal schimmels veroorzaken schade aan gekweekte gewassen of planten. Ook roesten (zie hoger) zijn schimmels.

Meeldauw veroorzaakt een witte waas over de bladeren van vooral rozen. Ook deze aantasting kan men nauwelijks bestrijden, maar alleen voorkomen door een gezonde bemesting en door de keuze van soorten die weinig last hebben van meeldauw. Meeldauw treedt bij Begonia’s vooral op bij te veel vocht.


Schurft

Schurft zorgt voor een aantasting van fruitbomen, met name appelbomen. Het is een zeer gevreesde kwaal. De sporen van deze schimmelziekte die de winter overleefd hebben tasten reeds vroeg in het voorjaar de jonge bladeren aan.


Slakken

Slakken zijn nuttige opruimers in de natuur. Ze voeden zich met levende planten, maar ook met organisch materiaal, algen en schimmels en kleine diertjes. Ze vormen voedsel voor veel dieren die ook in tuinen hun biotoop hebben.

Slakken zullen alleen plaatselijk schade aanrichten. Huisjesslakken brengen zeer weinig schade aan in de (moes)tuin en leven vooral van plantaardig afval. Vooral de naaktslakken richten schade aan.

Slakkenvraat kan worden voorkomen door bijvoorbeeld rond de bedreigde planten andere planten te zetten waaraan de slak een hekel heeft. Verkrijgbare producten tegen slakken vooral deze met methaldehyde, zijn erg giftig voor zoogdieren, zoals honden. De slakken kunnen het nooit zo bont maken dat het gebruik van deze producten is gerechtvaardigd. Veel middelen die in de handel verkrijgbaar zijn (slakkenkorrels) zijn bovendien zeer giftig voor vogels. Vergiftigde slakken doden onrechtstreeks dieren hoger in de voedselketen.

Slakken voeden zich het liefst met jonge zaailingen, maar eten ook bladeren van grotere planten. Ze hebben een voorkeur voor Hosta’s, Iberis, Ligularia en sla-soorten. Ze hebben een voorkeur voor vochtige omstandigheden (onder potten, stapels hout, afgevallen bladeren, composthopen).


Spinnen

Spinnen zijn nuttige diertjes. Gemiddeld zitten er zo’n 1500 spinnen in huizen, zowel nieuwbouwwoningen als oudere woningen. Mensen die bang zijn van vliegende insecten in huis, moeten de spinnen in ere houden, want spinnen eten vliegende insecten. Ze vliegen zelf niet en het zijn geen insecten. Omwille van het wat harige uiterlijk en de vele poten en het feit dat spinnen webben maken, worden er veel spinnen nutteloos gedood. In het najaar zoeken de mannetjes een vrouwtje en zijn ze dan ook vaker te zien.

Buitenzetten in de directe omgeving van de woning zal weinig uithalen. Huisspinnen kruipen zo weer naar binnen.

Hooiwagens voeden zich met andere spinnen, zoals Huisspinnen.


Spint

Spint manifesteert zich als een wittige waas op de onderkant van de bladeren van kamerplanten. De bladeren worden na enige tijd geel en vallen af. Spint wordt veroorzaakt door een klein rood spinnetje, de Spintmijt.

Dit diertje voedt zich met plantensappen en is zeer moeilijk te bestrijden.

Spint komt vooral voor in oververwarmde en droge kamers. Bij een goede verzorging groeien de planten in het voorjaar weer doorheen de spintaantasting.


Spitsmuizen

Spitsmuizen zijn insecteneters. Ze komen slechts zeer zelden voor in kelders van huizen. Meestal blijven ze in het tuingedeelte.

Er is geen enkele aanleiding om deze diertjes te weren. Men moet zich er in tegendeel voor behoeden om chemische bestrijdingsmiddelen te gebruiken, aangezien deze dieren er het slachtoffer kunnen van zijn.  


Tapijtkevers

Tapijtkevers vreten wol aan. De volwassen kevers kunnen goed vliegen.


Trips

Trips zijn zeer kleine vliegjes die vooral ’s zomers ernstige belagers van kamerplanten en groenten kunnen worden. Ze vreten aan bladcellen. De bladeren krijgen hierdoor aan de bovenzijde een zilverachtige glans.


Tuinplanten


Uienvliegen

De Uienvlieg legt eitjes vlakbij jonge uienplanten. De larven vreten zich naar het binnenste van de ui, die als gevolg van de beschadiging vaak gaat rotten.

Door een goede combinatieteelt toe te passen kan men veel onheil voorkomen.


Varenrouwmuggen

Deze muggen leggen vooral eitjes op Campanula-soorten. De larven leven vervolgens van de wortels. Ze houden van vochtige potgrond.


Veenmollen

De Veenmol voedt zich met insecten, larven en cocons. Deze krekel kan enige schade in zaai- en kweekbedden veroorzaken. Hij komt tegenwoordig heel wat minder voor dan vroeger. Het is een nuttig dier. De eitjes worden in mei en juni gelegd.


Vliegen

Vliegen spelen een belangrijke rol als opruimers van resten van dode planten en dieren. Ze voeden zich met afval en zetten het om in gemakkelijk verteerbare uitwerpselen. Ze maken rottende stoffen weer toegankelijk voor planten. Rond voedingsmiddelen kunnen ze wel ziektekiemen overbrengen. Ze leggen hun eitjes bij voorkeur op dode plantaardige en dierlijke resten.


Vogels

Vogels in de tuin zijn erg nuttig bij het bestrijden van ongedierte. Bestrijden ervan is nooit nodig en ook niet verstandig, want men zou deze vogels eerder moeten aantrekken dan afstoten.


Vlooien

Vlooien voeden zich met bloed van dieren of mensen.

De vrouwtjes laten de eitjes vallen. Een vlo legt zo’n 25 eitjes per dag. De larven voeden zich met alle dierlijke afval dat ze maar kunnen vinden. Ze hebben een voorkeur voor wollen stoffen. Ze maken een cocon waaruit uiteindelijk de vlooien komen. De eitjes ontwikkelen zich vooral bij warm weer.

Vlooien springen vooral op katten of honden, maar bij gebrek aan huisdieren ook op mensen.

Echte mensenvlooien zijn in onze streken zeldzaam. Ook de vlooien op honden zijn meestal kattenvlooien. Konijnen, fretten en vogels kunnen ook slachtoffer worden van vlooien. Vlooienbeten veroorzaken jeuk. Bij gebrek aan huisdieren gaan vlooien de mens belagen. Soms geeft een vlooienbeet aanleiding tot allergische reacties. Vlooien kunnen eitjes van een lintworm bij zich dragen. Als een huisdier een besmette vlo opeet, kan daaruit een lintworm ontstaan.

Vlooien zoeken naar vocht, warmte en voedingsbronnen. De larvennesten bevinden zich op donkere plaatsen in huis.    


Voorraadinsecten

Voorraadinsecten zoals meelwormen, meelmotten, graanklanders, meelmijten, kaasmijten, gedroogde vruchtenmijten en spekkevers hoeven niet te worden bestreden. De gedroogde vruchtenmijt wordt vaak in de winkel gekocht samen met een zakje pruimen of abrikozen

Als preventieve maatregel kunnen we de kasten goed schoon houden en levensmiddelen bewaren in een koelkast of in glazen potten.

Voorraadinsecten worden voorkomen door voorraden niet te laten


Wespen

De werksters bij de wespen jagen het hele voorjaar op insecten als muggen, vliegen en bladluizen om de larven in het nest groot te brengen. Een nest van 6000 wespen vangt per week een half miljoen vliegen en zo’n 130.000 muggen. Zonder wespen zouden wilde planten en landbouwgewassen minder vlot vruchten voortbrengen. Wespen fungeren in de natuur ook als opruimers van de kadavers van kleine zoogdieren, amfibieën en vogels. De kadavers worden in kleine stukjes gebeten en gevoederd aan de larven.  

In ruil voor het aangebrachte voedsel krijgen de wespen in het nest een zoetstof. Rond eind juli zijn de larven volgroeid. Als de laatste larven poppen zijn geworden, worden de werksters werkloos en zoeken ze naar alternatieve suikerbronnen, die ze bijvoorbeeld vinden in zomerse dranken op terrassen.

Vrouwelijke (werk-)wespen steken, mannelijke niet. Mannetjes leven ook niet zo lang. Een nest bestaat uit zo’n 200 tot 300 exemplaren.

Preventief kan men blijven stilzitten tot de wesp weer wegvliegt.

Horren en vliegengordijnen houden wespen buiten.

Een schotel met water met een flinke scheut ammoniak in houdt door de geur de wespen op een afstand.

Bij een steek zou azijn de beste remedie zijn. Azijn neutraliseert het wespengif. IJs kan worden gebruikt om de zwelling tegen te gaan. Bij een sterke allergische reactie moet een arts geraadpleegd of een ziekenwagen gebeld worden.

 Een gekneusd Weegbreeblad of een Klimopblad op de plaats van de steek leggen, zou de pijn verminderen.

 Etherische olie op basis van lavendel verzacht ook de pijnlijke steek/

 Schijfjes Ui blijken te helpen tegen de pijn en de zwelling.

 Zout in een geconcentreerde oplossing zou de pijn ook verminderen.

 Wespen hebben een hekel aan vreemde geuren en rook. Een combinatie hiervan, namelijk brandende wierookstokjes op het buitenterras, houden de wespen op een afstand.    

 Geuren met een sterk wespenwerend effect zijn oliën van de volgende soorten: Citroengras, Kruidnagel, Geranium, Rozemarijn, Munt, Bergthee, Lavendel, Echte Salie, Anijsplant, Venkel en citroenen. Een combinatie van een halve citroen met enkele kruidnagels houdt wespen op een afstand.

 De wespen kunnen van tafels worden weggelokt door bijvoorbeeld een lege pot confituur op een veilige afstand te zetten.

 Slaan naar wespen kan een agressieve reactie uitlokken. Wespen die aangevallen worden scheiden geurstoffen af die nog meer wespen zullen lokken. Wespen zien ook snelle bewegingen beter dan trage.

 Vermijd kleding in felle kleuren en ook sterk ruikende parfums. Wespen kunnen op vreemde kleuren en geuren agressief reageren.   


Witte Vliegen

Het lichaam van de Witte Vlieg, die eigenlijk een luis is, is bedekt met een fijn laagje wit poeder, dat door het dier zelf wordt uitgescheiden. De larven voeden zich met plantensappen van kamerplanten. Dat verklaart meteen waarom men ze als schadelijk beschouwt.


Woelmuizen


Wortelvliegen

Wortelvliegen kunnen schade aanrichten in wortelbedden. Deze vliegen overwinteren als pop in de grond en komen in april-mei uit.  


Zaagwespen

We onderscheiden o.m. Appel-, Peren- en Pruimenzaagwespen. Deze leggen tijdens de bloei bij elk vruchtbeginsel een eitje. Eén larve kan verschillende vruchten aantasten (onder de opperhuid). Ze vreet zich bij een vrucht naar binnen, valt met de aangetaste vrucht op de grond en overwintert dan.


Zilvervisjes

Zilvervisjes komen zowel in vochtige, oude huizen als in geïsoleerde nieuwe huizen voor. Doordat de huizen beter verwarmd en geïsoleerd worden, zijn er meer vochtige en warme hoekjes. In combinatie met holle wanden en kleine kiertjes bieden ze een perfecte leefomgeving voor de Zilvervisjes. Het zijn lichtschuwe diertjes die vooral ’s nachts actief zijn. Ze kunnen boeken, behang, muren of kleding aantasten. Ze voeden zich vooral met houtvezels, papiervezels, andere insectjes en voedingswaar. Ze komen vaak voor in badkamers, onder gootstenen en in keukenkastjes, bij wasmachines of bij droogkasten. Zilvervisjes verplaatsen zich ’s nachts doorheen de hele woning.

Hun aanwezigheid wijst op een te hoge luchtvochtigheid. De ideale temperatuur voor de diertjes is ongeveer 25 °C; de ideale relatieve vochtigheid 60 tot 90 %. Als we deze omstandigheden aanpassen, zorgen we ervoor dat de ideale leefomstandigheden dus verdwijnen.



Aaltjes

Aardappelschurft

Aardappelziekte

Aardbeienrot

Aardvlooien

Bladluizen

Bloedluizen

Bonenkevers

Coloradokevers

Emelten

Engerlingen

Fruitvliegjes

Honden

Houtkevers

Huisstofmijten

Insecten (algemeen)

Kakkerlakken

Katten

Konijnen

Koolvliegen

Kwallen

Luizen

Meeldauw

Mieren

Mollen

Mos

Motten

Muggen

Muizen

Mussen

Onkruid

Oorwormen

Ovenvisjes

Paardenvliegen

Papiervisjes

Pissenbedden

Preimotten

Preivliegen

Ratten

Regenwormen

Ritnaalden

Roest

Rupsen

Schildluizen

Schimmels

Schurft

Slakken

Spinnen

Spint

Spitsmuizen

Tapijtkevers

Trips

Tuinplanten

Uienvliegen

Varenrouwmuggen

Veenmollen

Vliegen

Vlooien

Vogels

Voorraadinsecten

Wespen

Witte Vliegen

Woelmuizen

Wortelvliegen

Zaagwespen

Zilvervisjes



Inleiding

In huizen en tuinen komt het voor dat men soms geneigd is naar milieugevaarlijke chemische middelen te grijpen om de overlast veroorzaakt door bepaalde dieren of planten te bestrijden. Hier geven we een alfabetisch overzicht van natuurvriendelijke preventieve maatregelen, zodat het onnodig wordt om naar de spuitbus of ander vergif te grijpen.

Deze tips omvatten overwegend preventieve maatregelen, die de geviseerde soorten hoogstens afschrikt of verdrijft.

Men moet niet alleen zorgen dat mensen indirect geen schadelijke gevolgen oplopen van chemische bestrijdingsmiddelen, want men moet de mens in de totale kringloop van de natuur niet onnodig centraal stellen. Natuurvriendelijk betekent dat men zich ten aanzien van alle soorten zodanig moet opstellen dat men het leven beoogt te sparen van alle soorten van het ecosysteem, waar men uiteindelijk als mens ook deel van uitmaakt. Natuurvriendelijke afweer kan dus, maar verdelgen, bestrijden en vermoorden is in deze geen optie.

Chemische bestrijdingsmiddelen moeten worden vermeden; ze doden niet alleen de geviseerde organismen, maar tevens onrechtstreeks ook de natuurlijke vijanden. Chemische bestrijdingsmiddelen zijn zeer giftig voor met name vissen en bijen. Van veel middelen werd bovendien reeds bewezen dat ze kankerverwekkend zijn voor de mens.