NATUURLEXICON


Harkwesp

Bembix rostrata


De Harkwesp Bembix rostrata is een zeer zeldzame graafwesp met een lengte van 13 tot 25 mm. Deze wesp is zwart met een gele tekening. De zwart-gele tekening op het achterlijf is op het eerste segment duidelijker onderbroken dan op de andere segmenten. Op het voorpotenpaar bevindt zich een tarsenkam (stekels) waarmee wordt gegraven. Het mannetje is iets kleiner dan het vrouwtje. Bij het mannetje hebben de antennes in de tweede helft vervormde leden.

Deze wesp komt voor op zandige, schrale terreinen, vooral in duinen (mosduinen) en stuifzandgebieden, maar soms ook in zandgroeven. De nestplaatsen in duinen situeren zich doorgaans op plaatsen met (korst)mossen die beschut zijn door duinstruweel tegen de harde zeewind.

Ze maakt een nest in los zand. Het bestaat uit een holletje van 10 à 30 cm diep dat aan het einde verbreedt in een nestkamer, waarin in augustus-september eitjes worden gelegd.  Het is met een lengte van 2 tot 2,5 cm onze grootste inheemse graafwesp.

Er wordt slechts 1 nest onderhouden en slechts 1 larve tegelijkertijd. Op die manier brengt ze 4 tot 6 nakomelingen groot.

Het voedsel van de larven bestaat uit roofvliegen, zweefvliegen en dazen, die door de Harkwesp worden gevangen en naar het nest worden gebracht.

Voorbeelden van zweefvliegen die door deze wesp worden gevangen zijn de Doodskopzweefvlieg Myathropa florea en de Hommelzweefvlieg Eristalis intricarius.  

Naarmate de larven groter worden, vangt het vrouwtje meer vliegen om te voederen. Na elk nestbezoek wordt het nest terug afgedekt. Op die manier wordt het nest beschermd tegen parasitaire vliegen en andere predatoren. Er worden zelfs andere holletjes gegraven als afleidingsmaneuver voor mogelijke predatoren, zodat het echte nest niet wordt gevonden.

Als parasieten treden blaaskopvliegen en dambordvliegen op. Deze vliegen stoppen snel een eitje in een door de Harkwesp gevangen prooi. In de nestkamer komt dit eitjes uit en voedt het zich met de prooi terwijl de larve van de Harkwesp het moet stellen met de overschotjes. Vaak legt de larve van de Harkwesp dan het loodje terwijl de larve van de parasietvlieg overleeft.      

Het voedsel van de volwassen Harkwespen bestaat vooral uit nectar van het Jacobskruiskruid Jacobaea vulgaris. De wesp bezoekt ook onder meer de bloemen van Wilde Marjolein Origanum vulgare en Wilde Liguster Ligustrum vulgare. Soms worden ook vliegen uitgezogen.

De recreatiedruk en het dichtgroeien van open zandvlakten vormen bedreigingen. Voor deze wesp is het belangrijk dat de verstruweling (het dichtgroeien met struiken) wordt tegengegaan. Grote oppervlakten droog zand scheppen een warm en droog microklimaat. Voor deze soort is het uiteraard belangrijk dat de nesten niet worden betreden.

Deze wesp is niet agressief.  

Home