NATUURLEXICON


Blauwe Reiger

Ardea cinerea


De Blauwe Reiger Ardea cinerea is een grote reigerachtige vogel. Hij meet tot 91 cm. Hij heeft een lange slanke hals, lange geelgroengrijze poten, grijze bovendelen en donkere slagpennen. De hals wordt in de vlucht S-vormig ingetrokken. In de broedtijd is de snavel geeloranje gekleurd; buiten deze tijd is de snavel grijsgeel tot groen gekleurd.

Zijn voedsel bestaat vooral uit vissen en amfibieën (dikkopjes, kikkers, watersalamanders) maar ook uit reptielen (Hazelwormen en andere hagedissen), zoogdieren (ratten, muizen, spitsmuizen, Mollen),  allerhande soorten insecten, weekdieren (zoetwatermosselen, slakken), wormen (Regenwormen), vogels (donsjongen van Meerkoet, Waterhoen, Waterral, Wilde Eend).

Deze vogel eet dus vrijwel alles wat beweegt in zijn foerageergebied. Deze vogel schuimt tegenwoordig ook afvalbakken af en laat hij zich soms zelfs met brood voeren. Het is geen schadelijke vogel. Hij zal slechts die soorten eten die het talrijkst in het gebied aanwezig zijn en vormt geen rechtstreekse bedreiging voor zeldzame of bedreigde soorten.  

Hij rust in grasland en op akkers. De broedkolonies bevinden zich in hoge bomen (oudere Eiken, Beuken, dennen, Populieren of Wilgen). Deze kolonies kunnen honderden paren bevatten. Het nest wordt telkens weer gebruikt en verbeterd. Overjarige nesten zijn stevig (bestand tegen stormen) en oefenen een grote aantrekkingskracht uit op geslachtsrijpe vogels.

De kolonies bevinden zich in de nabijheid van visrijke wateren, die zowel zoet, zout, brak, stilstaand of stromend kunnen zijn. Van half februari tot eind augustus legt het vrouwtje 4 of 5 eieren, met tussenpozen van 2 dagen. Beide ouders broeden. Wanneer een nest wordt vernield door storm of geroofd door predatoren, dan volgt vlug een vervanglegsel. Per nest groeien 1 of 2 jongen op. De ouders brengen aanvankelijk voedsel rechtstreeks in de snavel van de jongen. Later braken ze voedsel uit op het nest. De jongen zijn na 1,5 maand vliegvlug.

Oudere vogels overwinteren hier meestal. De jonge vogels trekken soms naar het Middellandse Zeegebied. Deze soort is sinds de jaren 1970 in de meeste Europese landen toegenomen door een betere bescherming en het uitblijven van zeer strenge winters. Strenge winters beïnvloeden sterk de populatiegrootte van het daaropvolgende jaar.

De complexe structuur van het netvlies, maakt het oog van een vogel zeer ontvankelijk voor het waarnemen van beweging. Bovendien bevat het oog meer kegeltjes voor het waarnemen van kleur, waardoor het zicht van een vogel scherper is dan dit van de mens. Bij vogels die jagen op levende prooien is de dichtheid van kegeltjes wel 10 keer hoger dan bij de mens. Als een mens geen beweging ziet in een sloot, betekent dit niet dat een Blauwe Reiger geen beweging ziet.   


Home