Home

 

 

 

 

- Vlaamse Gaai -

 

Garrulus glandarius

 

 

 

 

 

De Vlaamse Gaai Garrulus glandarius  is een vogel die tot 34 cm lang wordt. De vleugeldekveren zijn blauw en zwart gestreept. Hij heeft een witte stuit en een bruinroze rug.

Hij maakt zijn aanwezigheid luidkeels kenbaar door een luid gekrijs dat klinkt als “schrčččk”.

Deze vogel staat er om bekend dat hij uitstekend de roep van andere vogelsoorten kan imiteren zoals deze van de Kleine Bonte Specht, de Buizerd en de Bosuil.

Hij bewoont allerlei bossen, parken en grotere tuinen.  

Hij maakt het nest hoog in de boomkruinen of in hoge heesters. Het bestaat uit takjes en halmen.

Deze talrijke broed- en standvogel is een alleseter.

 

De Vlaamse Gaai eet zowel allerlei soorten zaden en vruchten (eikels, hazelnoten, beukennoten, kastanjes, graangewassen, bloemknoppen, erwten, zaden, knollen, weke vruchten, bessen)  als dierlijke organismen, zoals insecten, ongewervelden, kleine of jonge zoogdieren en zangvogels en hun eieren. Ze leven van april tot in de zomer in grote mate van bladetende rupsen, die zelf schadelijk kunnen zijn voor de bosbouw.

Deze vogel eet insecten in hun verschillende ontwikkelingsstadia. Verder eet hij eieren, jonge vogels, kleine zoogdieren en reptielen. Vooral de 5 tot 7 jongen in het nest hebben dierlijke eiwitten nodig. In het begin krijgen ze rupsen, spinnen en kleine insecten, later ook amfibieën, reptielen, kleine zoogdieren, eieren en jonge vogels. 

De Vlaamse Gaai heeft slechts 1 broedsel per jaar. Vanaf midden juni zullen de tweede of derde legsels van andere vogels dus niet meer worden aangevallen.

 

Klein wild blijkt een verwaarloosbaar deel van zijn voedselpakket te zijn. Op populatieniveau richten ze eveneens geen schade aan de zangvogels aan. In de periode dat er jongen groot te brengen zijn, durven Vlaamse Gaaien wel zangvogelnesten te plunderen. Doordat ze ook soms fruit eten, worden ze als schadelijk aanzien voor de fruitteelt.

Het is in Vlaanderen een standvogel, maar in het najaar komen er wel broedvogels, soms op een invasieve manier, uit Noord-Oost-Europa.

Door zijn gewoonte om overal eikels in de grond te stoppen, draagt hij bij tot de ontwikkeling en natuurlijke verjonging van bosbestanden. Deze vogel kan wel 6 eikels in één keer meenemen: vijf in de slokdarm en de keel en een zesde in de snavel. Hij begraaft de eikels –soms honderden per dag- en eet er regelmatig van. In het voorjaar komen er kiemplantjes uit de eikel. De vogel geeft een rukje aan het kiemplantje waardoor de beide eikelhelften lossen en hij deze opgraaft en opeet. Het jonge Eikje zit ondertussen met een penwortel in de grond verankerd waardoor het kan verder groeien. Hierdoor verschijnen er Eiken op nieuwe groeiplaatsen. 

Er worden ook eikels gedeponeerd in verlaten nesten of in boomspleten.

Hazel- en okkernoten worden in een spleet aan de voet van een boom gestoken en de harde schelp wordt met de snavel stukgeslagen.

 

In het voorjaar voeren Vlaamse Gaaien baltsbijeenkomsten uit, die zich kenmerken door snelle achtervolgingen.

Van begin mei tot half juli legt het vrouwtje 5 tot 6 eieren. Beide ouders broeden en voeden de jongen.

Een verhoogde sterfte compenseren Vlaamse Gaaien met een verhoogde voortplanting.

Veel nesten van de Vlaamse Gaai vallen ten prooi aan andere kraaiachtigen en eekhoorns. Ook Haviken en Sperwers eten de jongen. De laatste tijd maakt de Vlaamse Gaai een opmars vanuit de bossen naar meer verstedelijkte gebieden.  Jachtwild staat slechts uitzonderlijk op het menu van deze vogel.  Ook zangvogels worden door deze vogel niet bedreigd.

Deze vogels waarschuwen andere bosbewoners voor gevaar door hun roep, een rauw schrapend geluid. Veel dieren reageren hier op en verbergen zich onmiddellijk voor de oorzaak van het “alarm”, een jager, wandelaar of kat.

 

In 2007 werden ruim 8000 Vlaamse Gaaien door jagers afgeschoten op akkers en in bossen “ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen en ter bescherming van de fauna” (lees hierover meer bij Jacht).