Home

 

 

 

- Tronkenbij -

 

Heriades truncorum

 

 

 

 

 

De Tronkenbij Heriades truncorum is een vrij zeldzame bij die voorkomt op overgangen tussen bos en open land, in landschappen met houtwallen, houten schuren, hekken of oude weidepalen en in stedelijke gebieden. De soort is vaak rond gebouwen te vinden.

Het is een oligolectische soort.

De enkele planten die ze verkiest voor stuifmeel en nectar zijn composieten, namelijk Boerenwormkruid, Kamille-soorten, Madeliefje, Engelse Alant, Donderkruid, Bezemkruiskruid, Sint-Jacobskruiskruid, Gewone Margriet of Gewoon Duizendblad. Ook de tuinplant Astilbe japonica wordt bezocht door deze bij.

Deze bij heeft een typische manier van stuifmeel verzamelen. Door met het achterlijf de plant te bekloppen, verzamelt ze stuifmeel tussen de verzamelharen van de buikschuier. 

Het is een kleine, zwarte, cilindrisch gebouwde bij met weinig beharing en smalle haarbandjes op het achterlijf. De onderkant van het achterlijf is geel behaard. Het mannetje heeft een sterk naar binnen gekromd achterlijf. De lichaamslengte varieert tussen 5 en 7 mm.

De bij nestelt in oude kevergangen in dood hout, vaak in de afgeknotte delen van een boom. Hiernaast worden vaak ook holle stengels (Riet, Braam, Bamboe) en rietdaken als nestplaats gekozen.

Deze bij maakt in stedelijke gebieden graag gebruik van nestblokken. Holten in deze kunstmatige nesten hebben bij voorkeur een diameter van 3 mm. De broedcellen worden gescheiden door dunne tussenschotten van hars. Ook de broedgangen worden afgesloten door een wandje van hars, dat nog eens wordt gemengd met steentjes en houtsplinters. Het hars wordt verzameld op naaldbomen, boomwonden of van knopschubben. Deze bij vliegt in één generatie van juni tot en met september. De soort overwintert als prepop in een cocon.

De Gewone Tubebij is een parasiterende koekoeksbij op deze bij.